WAT BIEDT HELSINKI ONS AAN ?

June 3rd, 1955

De Wereldvredesraad heeft gedurende de ganse loop van zijn bestaan steeds naar de middelen gezocht om spanningen en wrijvingen op wereldschaal, uit te schakelen, en heeft zich bij het opsporen der oorzakan hiervan altijd moeten neerleggen bij een stel feitelijkheden, waarop men geen vat kon of mocht hebben. Zo is het meteen een feit dat haar taak binnen het terrein der verzoening ligt tussen twee economische systemensdie slechts door wederzijdese toegevingen en het zich houden aan de niet- inmenging in elkanders aangelegenheden voor een fataal treffen kunnen behoed worden.

Dat door onderhandelingen de dreiging van oorlogsgevaar op meer dan een punt in de wereld vermeden werd, bewijzen ons de regelingen die momenteel te Korea en Vietnam bestaan, daar waar de vrees toch bestond dat die plaatselijke oorlogen de wereld te vuur en te zwaard souden zetten. Ook voor Oostenrijk, Formosa en de Russiseh-Joegoslavische betrekkingen werden sterk variërende middelen gevonden om haarden van onrust op te ruimen. Toen de vredesbeweging vödr vijf jaar bijvoorbeeld nagenoeg alleen stond in het Westen om het systeem der onderhandelingen de Voorkeur te laten genieten op brutaal oorlogsgeweld, zien we nu echter dat geen enkele grote mogendheid het meer aandurft ronduit het overleg uit de weg te gaan* De wereldopinie werd na taaie volharding zodanig bewerktt dat we eindelijk de Grote Vier op de weg naar 4e Conferentietafel hebben gedrongen. Hoezeer sommige regeringen eigenlijk de bedoeling hebben er iets goeds te verrichten, valt natuurlijk nog na.der te bekijken, maar de idee van wederzijds overleg kan nu eenwaal niet xaeer voorbijgegaan worden.

Ben wezenlijke factor om de eigenlijke oorlog onmogelijk te maken ligt in de algemene ontwapening, die volgens dejsroordvoerders van het geheel der grote mogendheden v overal beoogd wordt. Een geleidelijke vermindering der klassieke wapens wordt door de huidige besprekingen verder op de ‘ weg der mogelijkheden gevoerd, al blijft het een open vraag of de economie van bepaalde staten de overgang naar de ontwapening zal kunnen doorstaan.

Wij willen in dit bestek niet trachten aan te duiden welke groepen in de oorlog een welkome bron tot verrijking zien. Dat zij bestaan, bewijst de ganse geschiedenis der mensheid. Minder dan ooit echter leent het wereldgeweten zich voor aanvalsoorlogen. Dit, samen met de mogelijke vermindering der klassieke wapens, drijft oorlogszuchtige staten er toe de beoogde afrekening raet endere middelen aan te pekken, waarvoor de atoombom en haar afleidingen uiterst geschikt voorkomen.

Zonder deze middelen is het nagenoeg onmogelijk een zeger hoe dubieus ook, af te dwingen Superioriteit in deze wapens schept het gevoelen te mogen doorgaan met het afpersen en bedreigen van andere statengroepen. £o d.ez^ groepen uiteindelijk in het nauw komen te staans zullen zij niet aarzelen zich met vermeende superieure middelen vande vijand af te imken. De geschiedenis is rijk aan voorbeelden, waarin doornkssale en verrassende oorlogen de tweede partij aangerand wordt. De tweede wereldoorlog, die daarvan een stichtend voorbeeld is, werd door Duitsland gevoerd met de bedoeling de tegenstanders zodanig zwaar te treffen dat van tegenweren geen sprake zou zijn. Wij-weten wel dat in beide kampen, die zich in onze huidige wereld aftekenen, dezelfde massale vernietigingswapens bestaan,maar dit vermindert in genendele de overweging dat een “Blitzkrieg” de enige openblijvende weg kan lijken om gevolgrijk toe te slaan.Reeds Hitler misrekende zich, maar de ellende van de oorlog is ons intussen toch ten deel gevallen.

Het lijdt geen twijfel dat de huidige krijgskunde zich verder en verder naar de omgeving van dit perspectief begeeft. Koortsachtig wordt aan de uitbreiding der nucleaire wapens doorgewerkt, die tot basis van elke strategie dienen. De uitlatingen die te allen kante officieel ten beste worden gegeven, sluiten- elke twijfel hieromtrent uit, en het is het werk van de vredesbewèging het besef van deze monstera chtighéid: te doen aangroeien,

Reeds in 1951, te Stockolm, werd door de wereldvredes-raad een oproep gedaan, en konden nagenoeg een half milliard handtekeningen over de ganse wereld verzameld worden. Intussen is het wereldgebeuren onontwijkbaar de weg opgegaan, die door de wereldvredèsbeweging aangewezen werd,en hebben onze ideeën over de ganse aarde een enorme aanhang’verkregen. De oorlogsstokers gevoelen zich meer en meer oirisingeld en afgezonderd, en bij verdere uitbreiding van de geest tot verzoening worden hén geleidelijk de wapens uit de handen ontrukt. Als we erin gelukken hen de middelen tot een “Blitzkrieg” te ontnemen, is de Vrede voor een belangrijk gedeelte reeés verzekerd» Bik der andere thema’s der vredesbeweging had ten doel de oorlogspolitiek welo verdacht te omsingelen, Baarmate die omsingeling echter voortschrijdt, hóeven we ons  op de beslissende aanval op de kern van het oorlogsgeweld voor te bereiden.

Het hoofdthema van deze nieuwe bijeenkomst te Helsinki is dan vanzelfsprekend , de strijd tegen de nucleaire wa-pens. Dit samentreffen van gezindheden zal vruchtbare aanduidingen verstrekken voor onze verdere houding tot afschaffing der atoombom. De hernieuwde oproepen te Helsinki, moeten de ganse mensheid bewust doen worden van het ontzettende gevaar dat wij lopen zo de oorlog smachten er in moesten gelukken de komende conferentie der Grote Vier bijvoorbeeld te doen mislukken. Een niet aanhouden van de huidige stroming tot ontspanning doet de risico’s vermeerderen- Helsinki zal ons leren die mogelijkheden te bekampen. Niet alleen in België, maar overal ter wereld gaan-meer en meer stemmen tegen het atoomgevaar op. Wij staan niet langer alleen met onze inzichten.

De Russische eerste minister gaf op het gebied der vermindering van klassieke wapens onverwacht veel toe. Er werd tot dan toe nochtans beweerd dat de Sovjet-Unie halsstarrig aen evenredige ontwapening bleef.houden, omdat ze op die manier toch meester bleef van het terrein. Gezien de toegevingen niet altijd vanuit dezelfde hoek kunnen komen eisen wij nu van de Verenigde Staten dat zij van dezelfde gezindheid zouden getuigen, en de steeds aangroeiende eis om de atoombom buiten de wet te stellen positief zou beantwoorden. Alleen dan zullen wij eindelijk mogen herademen.

Wij begroeten daarom de bijeenkomst te Helsinki als een mijlpaal in het verdere verloop der gebeurtenissen. Laten wij ons inspannen opdat haar resoluties wijde weerklank zouden vinden bij alle mensen.

Vrede juni 1955

Wie mag beslissen?

March 13th, 1955

Wie mag in de Atlantische Raad, in geval van oorlog, over het gebruik van atoomwapens beslissen? Ons antwoord is duidelijk: de generaals, ook zonder instemming der regeringen. Het spreekt vanzelf, dat geen enkel officieel communiqué dit in zo duidelijke termen bevestigt. Diplomatische taal is voorzichtig. Maar voor wie lezen kan, is het voldoende klaar.  Oordeel zelf.
“The Manchester Guardian” (18 dec.1954):
“Aldus heeft de Atlantische Raad stilzwijgend aan de militaire bevelhebbers het recht verleend op de instemming te mogen rekenen voor het aanwenden van atoomwapens en de ganse militaire organisatie moet op die basis heringericht worden”.

“The Times” (22 dec.1954):
“Mr.F.Dulles heeft uiteengezet, dat de huidige militaire politiek geleidelijk de aanwending van tactische atoomwapens insluit…De vraag over het al dan niet aanwenden van wapens voor massale vernietiging houdt in zich geen onderscheid tussen de vernielingskracht van atoomwapens of klassieke wapens11.

“New York Herald Tribune” (18 dec.1954):
“De positie van de Verenigde Staten is in de grond deze: wij zullen het advies vragen,indien de tijd het toelaat en indien het noodzakelijk schijnt> maar wij willen ons in dit opzicht niet binden.In alle geval hebben de militairen, gelast met de Iuitwerking;der plannen, klare richtlijnen en voor het overige & zal alles beslist worden volgens de omstandigheden”.

Verklaring van dhr. Spaak:
“De Atlantische Ministers zijn het eens met de Verenigde Staten, dat het beginsel der onderlinge raadpleging onder de geallieerden voor het aanwenden van atoomwapens niet als onaantastbaar moet beschouwd worden”.

Vrede maart 1955

Ommekeer in Azië – Kentering in Amerika

March 9th, 1955

F 0 R M 0 S A
De regering van Peking treft voorbereidingen om Tsjang uit zijn laatste schuilplaats te verdrijven.De Verenigde Staten,die Tsjang financieel -re-onthouden en met hun vloot in de straat van Ferme-sa patrouilleren,hebben-de wereld rond gedaan, dat zij zullen ingrijpen.

Tevens zijn nog enkele kusteilanden in handen van Tsjang gebleven. Dat deze eilanden – met inbegrip van Kemoi en Matsoe Chinees zijn, wordt door niemand ontkend. Anders is het gelegen met Formosa. Zowel de Engelse als de Amerikaanse regering betwisten dat Formosa Chinees zou zijn.

Laat ons daarom eerst deze vraag onderzoeken. Van de acht millioen inwoners van Formosa zijn 97% Chinezen. De Chinezen hebben zich op dit eiland gevestigd in de 9de eeuw. Van. in de l4ae eeuw is Formosa ingedeeld bij de Chinese vastelandsprovincie Foekien.In 1895 wordt het eiland door Japan op China veroverd. Op de Kairo-Conferentie van december 1943 wordt besloten dat Formosa na de oorlog terug aan China komen zal. In 1945 wordt dat opnieuw overeengekomen in Potsdam. In de acte van capitulatie van Japan wordt het nogmaals bevestigd. Onmiddellijk na de Japanse overgave wordt de Chinese souvereiniteit op het eiland doorJTsjang-Kai-Sjek waargenomen. Het Amerikaanse Staatsdepartement verklaart in december 1949:”Formosa maakt politiek, geografisch en strategisch deel uit van China”. En begin 1955 wordt door de Amerikaanse Senaat het verdrag tussen de U.S.A. en Tsjang bekrachtigd. Officieel heet dat een pakt te zijn “tussen de regeringen van de U.S.A.en van de Chinese Republiek.” Het pakt wordt afgesloten met het doel Formosa onder het bewind van “de regering der Chinese Republiek” te houden. Ons dan tornen vertellen,dat Formosa niet Chinees is, is eenvoudig te dwaas om los te lopen.

De conclusie ligt dus voor de hand: het optreden der Verenigde Staten rond Formosa is een gewapende interventie in Chinese binnenlandse aangelegenheden.
F.Dülles beweert,dat Formosa noodwendig is voor de verdediging van de U.S.A. Nu ligt Formosa op ongeveer 900 Km. van Amerika en op ongeveer 200 Km. van het Chinese vasteland. Om die reden is het dan ook begrijpelijk,dat Peking het bezit van het eiland als een strategische noodzakelijkheid beschouwt, te meer daar het Chinese vasteland sinds jaren met Amerikaanse vliegtuigen van uit Formosa gebombardeerd wordt en bovendien Tsjang om de maand proclameert> dat de invasie van het Chinese vasteland zijn opperste doel is.

DE U.S.A. DREIGEN GEÏSOLEERD TE WORDEN

Op een zeker ogenblik leek het er naar alsof de oorlog om Formosa ging ontketend worden. Maar toen gebeurde wat wij reeds meermaals in de loop van de laatste jaren konden noteren s nu een wereldoorlog weer als een onmiddellij ke bedreigi n g v, verscheen, was er precies voldoende reactie in de wereld om het gevaar te bezweren.

De Engelse regering remde, zij het doorheen een zeer dubbelzinnige houding. Canada, Australië en Nieuw-Zeeland lieten weten, dat ze niet meededen.De West-Europese regeringen spraken zich niet openlijk uit, maar in stilte maakten zij het Washington duidelijk, dat hun volkeren niet bereid waren om voor Tsjang te sterven. India, met Nehru, sprak consequent de taal van de vrede. De U.S.A. stonden geïsoleerd.

Sindsdien is deze evolutie in versneld tempo verder gegaan. Attlee verklaarde onlangs: “Geen enkele Engelse regering zal deelnemen aan een oorlog om Formosa. “De jaarlijkse vergadering van de Britse coöperatieven,die millioenen leden tellen, veroordeelde de Amerikaanse politiek inzake Formosa.als “provokant en gevaarlijk voor de wereldvrede. De Canadese minister Pearson zegde voor enkele dagen dat “China naar de U.N.CV of de U.N.O, naar China moet gaan”. De Franse- premier Faure dringt aan op erkenning van Peking.

OMMEKEER IN AZIË

Maar vooral in Azië verliest Amerika met de dag aan prestige. Dat zien we in Japan. De verkiezingsoverwinning van Hato-yama was een uiting van anti-Amerikaanse stemming’. In Japan werden door de vrouwen alleen meer dan 30 millioen handtekeningen tegen de atoomwapens Ingezameld, terwijl vele Zakenlieden hunkeren naar hernieuwing van de afzet In China ! Dat zien we in Vietnam. Tussen Moord en Zuid is het nu vrede. Maar in ‘t Zuiden is men onder elkaar aan ‘t vechten geraakt en de Amerikaanse inmenging is er de voornaamste oorzaak van.

Dat werd bewezen door de conferentie van Nieuw-Dehlis op 6 April zijn aldaar uit 16 Aziatische landen afgevaardigden samengekomen in “niet-officiele conferentie”. Als uitgangspunt van al de besluiten werd hier het princiep der vreedzame coëxistentie gesteld, zoals het reeds vroeger tussen Tjoe-En-Lai en Nehru in vijf punten omschreven werd. De conferentie sprak.zich uit voor het gecontroleerde verbod van atoomwapens en stelde voor, dat in gans Azië de 6de Augustus 1955, tiende verjaardag van het bombardement van Hiroshima, zou herdacht worden, Verder eis.te de conferentie de terugtrekking van de Amerikaanse strijdkrachten uit Formosa en de Chinese kustei-ianden en stelde zij een conferentie van tien voor om de kwestie Formosa te regelen. Hetzeilfde werd voorgesteld inzake Korea * Ten slotte werd het kolonialisme in Azië en Afrika gelaakt en werd er “volledige vrijheid” voor die volkeren opgeëist.

Ondertussen heeft de Conferentie van Bandoeng een aanvang genomen s 29 Aziatische en Afrikaanse landen zijn hier vertegenwoordigd, of een bevolking van ongeveer 1.400.000.000. Dergelijke bijeenkomst, zonder aanwezigheid van de “Westerse machten” heeft zich nog nooit in de geschiedenis voorgedaan.

Wij wagen ons niet aan voorspellingen omtrent de resultaten. Maar zonder twijfel zullen de resoluties van Dehli hier van invloed zijn en de bijeenkomst op zichzelf is reeds een enorm resultaat ten bate van de vrede. Want het blijkt, dat de volkeren van Azië en Afrika zich bewust geworden zijn van hun waardigheid.

KENTERING IN AMERIKA

Over ‘t algemeen zijn wij zeer slecht ingelicht betreffende het “Andere Amerika”, over het niet-officiele Amerika, over de strijd van deze Amerikaanse burgers, die zich verzetten tegen de gevaarlijke oorlogsdrijverij. Niettemin worden de echofs talrijker over het optreden van bewuste en moedige mensen in de U.3.A. Vooral de stem van geleerden, die halt roepen aan de experimententen in de Nevada en die waarschuwen voor de bewapeningswedloops dringt tot ons door. Maar ook andere gegevens zijn voorhanden, die ons toelaten tot een langzame kentering in de openbare opinie te besluiten.

Indien de Verenigde Staten met hun politiek van oorlogsvoorb
ereiding in de wereld geïsoleerd geraken, dan is het bizonder bemoedigend vast te stellen dat in de U.S.A. zelf de oorlogsdrijvers langzaam naar de isolatie gestuwd worden. Uitdrukking daarvan vinden wij in verklaringen van zeer gezaghebbende leiders,

Is het niet kenschetsend,   dat de democratische leiders in Amerika de Eisenhower-administratie hoe langer hoe duidelijker beginnen aan te vallen over haar avontuurlijk, onvoorzichtig en onbezonnen met-de-vuist-op-de-tafel-slaan?

Arthur H.Dean, gewezen speciaal ambassadeur der U.S.A. xn Korea, meent dat zijn land China zou moeten erkennen m ruil voor “geschikte concessies’ … de huidige omstandigheden, schrijft hij , hebben wi j het hoof d te bieden aan een onvermijdelijke afvalligheid van bevriende landen in de U.N.O. En aldus lopen wij het gevaar zonder enige compensatie en onze-strategische posities en ons prestige te verliezen”.

De democratische senator Hunphrey stelt met angst vast: -Bijna de helft van de wereldbevolking zal vertegenwoordigd zijn op de conferentie van Bandoeng en wij zijn er van uitgesloten”. Senator Stansfield uordt door dezelfde angst aangegrepen. Gouverneur Harriman van New York klaagt er bitter over, dat de U.S.A.-politiek inzake Fornosa geen rekening houdt met de problemen van onze bondgenoten in Azië en EuropaS:. Hij voegt er nog aan toe: “telkens een Amerikaan de atoomsbel in Azië zwaait en spreekt van Aziaten tegen Aziaten te laten vechten, verliezen wij vrienden onder de buitenstanders”. Senator Kerr heeft een oproep gericht tot president Ei-senhoweromin geen geval atoomwapens te gebruiken, moest het tot gewapend konf likt over de Chinese eilanden komen. Hij wijst er op,dat de atoomwapens zeker geen U.S.A.-monopolio moer zijn en dat zijn land “zeer kwetsbaar is”. Hij stelt bovendien vast dat een atoomoorlog “de wereldopinie, tegen ons zou doen opstaan”.

Maar bizondere indruk heeft voorzeker Aldai Stevenson gemaakt met zijn scherpe eritiek op de Eisenhower-administratie. Hij noemt de politiek van Dulles “bluff?’ en “uitzinnige woordenkramerij van aard het vertrouwen der bondgenoten der Verenigde Staten te ondermijnen. Truman heeft iets gelijkaardigs  gezegd, maar uitdrukkelijker en brutaler.   Deze maal werden Eisenhower en Dulles getroffen. Onmiddellijk hebben zij een zekere koerswijziging aangekondigd, een terugkrabbelen in feite.

Dulles die de dag te voren nog dezen gegispt had, die een “populair verlangen naar vrede ten allen prijze” wilden aanmoedigen, veranderde van toon. Volgens A.P.P. deed hij “onrechtstreeks een oproep tot communistisch China opdat dit zou instemmen met een wapenbestand, zonder daarom zijn aanspraken op Formosa en de kusteilanden te moeten prijsgeven. “Verder verklaarde de staatssecretaris letterlijk* “Wij beschouwen Kemoi en Matsoe niet als. onontbeerlijk voor de verdediging van Formosa, maar wij willen ons niet binden door te verklaren, dat we ze niet zullen verdedigen”.

Gelijkaardig dubbelzinnige uitlatingen brengt ons “Associated Press” vanwege de President. Zij geven de indruk, dat de regering der UvS.A. zich uit het wespennest van Formosa zou willen terugtrekken.

Zeker, het is alles in zeer dubbelzinnige termen opgesteld. Mogelijk staan we hier voor het begin van een waarachtig voorzichtige politiek? Mogelijk is het enkel een maneuver om de slechte indruk in het land en daarbuiten enigszins weg te wissen. In alle geval is het een bewijs, dat ook de regering der Verenigde Staten rekening houden moet met de vredesstroming bij de volkeren.

Vrede maart 1955

NIEUWS UIT AMERIKA

March 8th, 1955

HET IS NIET ZO DAT MEN DE ATOOMOORLOG ZAL VERMIJDEN

De schoolkinderen in Amerika moeten een medaile dragen. In de volkse mond noemt men dat: “hondenmedalles”. Ze worden inderdaad genummerd zoals voor de honden. Daarmee zal het mogelijk zijn na een atoombomontploffing de verkoolde kinderlijkjes te identificeren.

IN BELGIË
Onze ministerraad, het mooie Amerikaanse voorbeeld volgend en van oordeel zijnde, dat regeren vooruitzien betekent, overweegt het invoeren van gelijkaardige medalles voor onze kinderen van minder dan vijftien jaar.

IN DE U.N.O.
Alle landen worden uitgenodigd hun kinderen identiteitskaarten aan te binden in een stof, die de radioactiviteit weerstaan kan.
Bewonder de voorzorgen om de misdaad achteraf te kunnen registeren. Besluit: Opdat onze kinderen niet radioactief zouden worden, is het nodig,dat wij nu actief zijn.

Vrede, maart 1955

Helsinki, hoop der volkeren

March 6th, 1955

PARIJS,1949 … WARSCHAU,1951 … WENEN,1953…
HELSINKI, 22 MEI 1955

Een stijgende lijn Wereldvredesbijeenkomsten, zoals de geschiedenis er nooit gekend heeft. Steeds worden zij machtiger, vertegenwoordigen zij ruimere bewegingen, vinden zij dieper weerklank bij de volkeren van de ganse aarde,wegen zij zwaarder door op het verloop van het wereldgebeuren. In alle landen van de wereld maken vredesstrijders zich klaar om, gemandateerd door honderdduizenden en miljioenen de vredesboodschap in de Finse hoofdstad te gaan verkondigen.
Te Helsinki zal de kwestie van het verbod der atoomwapens als voornaamste punt op de dagorde staan.
Waarom is dit vraagstuk vandaag het belangrijkste ?

  1. Het destructievermogen van de waterstofbom neemt van dag; tot dag schrikwekkend toe..
  2. De gevolgen- op langere termijn der vrijgemaakte radioactiviteit worden door de geleerden als bedreiging voor de komende geslachten erkend.
  3. De techniek van het werpen der atoomwapens – getelegeledeerde raketten 3 die sneller gaan dan de klank – maakt fantastische vorderingen  en schakelt doeltreffende verdediging uit.
  4. De ontwapeningsconferentie van Londen schijnt eens te meer in het slop geraakt te zijn.
  5. De wedloop in atoomwapens dreigt onstuitbaar te worden.
    • In het raam van de NATO is men bezig gans West-Europa tot atoombasis op te richten,
    • Het zijn de Nato-generaals die zonder de instemming der regeringen, over de aanwending mogen beslissen.
    • Het herwapende West-Duitsland krijgt eveneens beschikking over atoomwapens
    • W.Churchill heeft aangekondigd dat Engeland de waterstofbom gaat – vervaardigen en de Franse premier Faure is een ogenblik hetzelfde zinnens geweest.
    • Op Formosa liggen de atoomwapens klaar.
    • In de Nevadawoestijn gaan de proefnemingen aan de lopende band verder.
    • De illusie, dat de Sovjet-Unie ten achter zou blijven in zake atoomwapens,wordt niet meer gedeeld door diegenen die op de hoogte zijn van de ware toestand.

Indien de voorbereidingen zo gevaarlijk gevorderd zijn dan is het bewustzijn van het gevaar nog duizend maal meer tot ontwikkeling gekomen.Dat atoomoorlog totale zelfmoord zou betekenen, daarvan is nu zo. wat iedereen overtuigdiop dat punt staan wij, zelfs in België, als B.U.V.V. sinds lang niet meer alleen. De klaarblijkelijkheid van de feiten heeft zich hier laten gelden.
Maar tevens ontwikkelt ziclf volgende, illusie bij millioenen mensen; “als het zo is, als de atoomwapens niemand of niets sparen, dan zullen de staatslieden zelf er voor terugdeinzen deze wapens in te zetten”.

Wij zeggens gevaarlijke zeer gevaarlijke illusie! Als  de oorlog uitbreekt, zal hij van de eerste tien minuten af een atoomoorlog zijn,vermits het zover gekomen is, dat de atoomwapens de basis van de ganse strategie geworden zijn. Als men niet zinnens was de A- en H-bom te gebruiken, dan zou men ze niet tot basis van de ganse strategie gemaakt hebben, dan zou men niet die koortsachtige wedloop kennen, die vandaag allesoverheersend is, dan zou men zich bereid verklaren tot verbod van deze wapens en het standpunt van de Wereldvredesraad desbetreffende aanvaarden.

Het lijdt geen twijfel, dat alvast in Amerika er staatslieden en militairen zijn – wij zeggen het over hen, omdat zij het zelf zeggen – die de illusie hebben de tegenstrever uit te schakelen door een ‘enorm massale verrassingsoverval’. De Blitz-krieg met totalitaire verdelgingswapens spookt in hunne hoofden. Het is onze overtuiging dat zij zich vergissen. Maar Hitler heeft zich eveneens vergist. Dat heeft hem niet belet van te beginnen.

Er is maar een waarborg tegen krankzinnige oorlogsdrijvers. Hen tegenhouden nog tijdens de voorbereidingsactiviteiten.
Er is maar één macht daartoe in staat: een sterke vredesbeweging.

De Oproep van Stockholm heeft destijds de moordenaarshand van Arthur weerhouden.
HELSINKI moet een krachtsbundeling van zoveel vredeswil worden, dat de mensheid verlost worde van de thermonucleaire dreiging.

ILLUSTRATIE

Deze affiche, de Wereldvredesbijeenkomst van HELSINKI aankondigend, werk van de kunstenaar Hans Erni, zal weldra in alle landen ter wereld te zien zijn.

Vrede maart 1955

 

NOG IS HET NIET ONHERROEPELIJK

March 4th, 1955

DE PARLEMENTEN BEKRACHTIGEN
De Italiaanse Senaat, de Duitse Bundsstag, de Duitse Bundesrat, de Franse Raad van de Republiek.de Belgische Senaat. De bekrachtiging der akkoorden van Parijs is een voldongen zaak en een feit is het eveneens dat zelfs in die landen, waar het verlet der bevolking zeer heftig was – Italië, Duitsland, Franrijk – dut verzet niet een overeenstemmende uitdrukking op parlementair vlak gekregen heeft.
De mandatarissen hebben niet geluisterd, noch naar hun geweten, noch naar de stem van het volk. Zij hebben geluisterd naar andere imperativen.

SENATOR ROLIN

Ook tijdens de debatten in de Belgische Senaat is dat herhaaldelijk gebleken.Sprekers van alle partijen hebben voorbehoud en angst uitgedrukt. Speciaal senator Rolin was duidelijk in dat opzicht:
“Ik behoor tot dezen die, nadat zij tegenstander waren van de E.D.G.,zich uitgesproken hebben ten gunste van de Parijse akkoorden. Bij nader overweging heb ik dat gunstige oordeel niet “kunnen handhaven…Onderhandelingen tussen Oost en West zijn noodzakelijk. Zelfs de Amerikanen erkennen dat. Maar dan moet er een mogelijkheid, een terrein van onderhandelingen aanwezig zijn. Mijn overtuiging is het, dat de Parijse akkoorden onderhandelingen onmogelijk maken. Of wij het willen of niet, besprekingen moeten de eenmaking van Duitsland voor doel hebben. Welnu de Parijse akkoorden betekenen de militaire integratie van West-Duitsland, zijn verbinding met het Westen.

Welke hoop kunnen wij in deze omstandigheden nog koesteren dat de U.S.S.R. haar bezettingstroepen uit Duitsland  zou terugtrekken? Het is niet ernstig allerlei verklaringen af te leggen over Oost-West-onderhandelingen, wanneer men West-Duitsland voor 50 jaar samensluit met het Westen… De akkoorden leiden naar de mislukking van de onderhandelingen en zij leiden uiteindelijk naar de afgrond. Ik meen dat zij een stap in de slechte richting zijn. Het logische gevolg van mijn houding zou een onthouding of een tegenstemming moeten zijn. Maar  Maar. ..hier beleven wij een eigenaardig avontuur in onze Senaat: dhr.Rolin en nog 23 andere socialistische mandatarissen laten een verklaring afleggen door Senator De Block, waaruit blijkt:

  1. dat deze senatoren wilden tegenstemmen of zich onthouden;
  2. dat zij zullen voorstemmen om – ten overstaan van de C.V.P. – de eenheid van de B.S.P.-groep te beklemtonen.

Senator:De Block meent, dat met de bekrachtiging der Parijse akkoorden Europa zich op een gevaarlijk pad begeeft en dhr. Doutrepont voegt er aan toe; “wij hebben allen gewetensbezwaren.”
WELKE IMPERATIEVEN ?

Deze dubbelzinnige houding wordt voorgesteld als het gevolg van zekere spanningen op het terrein van de binnenlandse politiek. Dat is maar gedeeltelijk waar. Een binnenlandse aangelegenheid – in dewelke wij als vredesbeweging trouwens geen stelling nemen – is het feit, dat de C.V.P. de huidige regeringscoalitie wil ten val brengen. Maar een kwestie van buitenlandse politiek is het, dat in de loop van het debat dhr. Struye minister Spaak heeft willen discrediteren in de ogen van Washington moest getoond worden, dat de B.S.P.-groep en bloc de akkoorden van Parijs goedkeurt.

Maar dat alles vermindert geenszins de verantwoordelijkheid van de senatoren. Onze mandatarissen zijn voldoende verwittigd geworden en al de bezwaren, die wij in onze geschriften lieten gelden, al de argumenten, die wij vooropstelden, blijven hun volle waarde behouden.
Met de bekrachtiging der akkoorden van Parijs werd bewustde weg naar onderhandelingen over het voornaamste Europese probleem geblokkeerd.

EEN NIEUW MANEUVER

Een nieuw maneuver werd sinds enkele weken ingezet. Sinds enige tijd inderdaad wordt er door de meest verantwoordelijke Westerse staatslieden enorm veel gepraat over een nieuwe conferentie van vier. Er is een antwoord van Boelganin geweest, dat bemoedigend leek. Besprekingen over een Oostenrijks staatsverdrag hebben plaats in Moskou. En nu wordt het voorgesteld alsof men grote verwachtingen zou mogen koesteren betreffende een nieuwe samenkomst met de Sovjet-regering. De verwachtingen worden kunstmatig opgeschroefd,om achteraf naïef verwonderd te kunnen doen, als de besprekingen mislukken.
Onderhandelingen, ja vruchtbare onderhandelingen zijn inderdaad mogelijk… over Oostenrijk,… over het probleemder ontwapening in ‘t algemeen, maar niet meer over Duitsland, tenzij op één voorwaarde, dat de uitvoering, de toepassing van de Parijse akkoorden verdaagd v/orde tot na de conferentie waarover men spreekt.

EEN LAATSTE KANS

De regeringen van het Westen wordt nog één kans geboden om de noodlottige weg, die zij ingeslagen hebben op het laatste nippertje te verlaten: door de toepassing der akkoorden uit te stellen. De volkeren hebben het woord.

Vrede maart 1955

HOE VER STAAN WE NU?

March 2nd, 1955

De B.U.V.V. werd gesticht: in 1949- Haar doel was dubbel:

  1. zelf propaganda en acties voeren ten bate van de vrede;
  2. in de meest verscheidene middens stellingname ten voordele van de vrede uitlokken.

Als wij het geheel van de activiteit dier jaren overschouwen, dringen zich een aantal vaststellingen op.
Veel werd gepresteerd in verhouding tot onze beperkte mogelijkheden: o.a. millioenen propagandaschriften werden door ons over het land verspreid. Anderdeels is dat gepresteerd e zeer weinig in verhouding tot noodwendigheden.
Van in den beginne stonden wij als organisatie en beweging ver ten achter tegenover Frankrijk en Italië o In deze beginperiode was de vredesbeweging ook in de-andere buurlanden zeer zwak. Sindsdien heeft” zich de toestand gewijzigd: de . vredesbeweging is een formidabele macht in Duitsland geworden en ook in Engeland izo’n geweldige vooruitgang ook in , Nederland is er een belangrijke vooruitgang vast te stellen.

Zodat wij in ons land ten achter staan, ja erg ten achter staan in vergelijking met al de buurlanden. De vredesbeweging in België is de zwakste in West-Europa.
Het nuchter bekijken van deze toestand mag geen aanleiding tot ontmoediging worden. Integendeel. De omstandigheden, die de beweging de ganse wereld door in de hand werken en ook bij onze buren hun gunstige invloed laten gevoelen, gelden tevens voor ons land. Hun weerslag kan niet uitblijven.

Het enige besluit, dat zich opdringt, luidt daarom: alles in het werk stellen om onze achterstand in te halen.
Zijn de mogelijkheden voorhanden? Ongetwijfeld. Vooreerst is het duidelijk, dat de openbare opinie in ons land gunstig evolueert.

In ons vorig nummer spraken wij over dé opiniepeilingen door de INS0C gehouden betreffende de Duitse herbewapening.,. Sindsdien,_werden door hetzelfde instituut nieuwe peilingen ondernomen. Hieruit blijkt dat 62 % der geraadpleegde personen voorstander zijn van onderhandelingen met de Sovjet-Unie; 30 % zijn er tégen en 16 % hebben geen mening.
Betekent dit dat de twee derden der geraadpleegde personen sympathie hébben voor de Sovjet-Unie? Geenszin, vermits slechts 32 % geloven, dat de Sovjet-ünie werkelijk de vrede wil.Anderdeels geloven 38 % der geconsulteerde^dat de Verenigde Staten waarachtig de vrede willen (in 1?48 waren 65 % deze mening toegedaan).

Maar hoofdzaak is, dat de grote meerderheid van diegenen, die een mening uitspraken – nl. 15 % – de overtuiging hebben, dat er een middel bestaat om tot overeenstemming te komen en dat men alleszins de poging moet wagen.
Nu is de afstand groot – en hier leggen wij de vinger op de wonde – tussen het bestaan van een opinie en het feit dat ze zich krachtdadig uitdrukt tussen een passieve houding en een actief optreden; tussen een verlangen en een bewuste wil.

Daar ligt de taak van de vredesbeweging. Daar ligt de taak -”voor ieder van ons, want ieder van ons kan iets bijdragen. Uit kleine bronnen komen beken,beken verenigen zich tot rivieren en rivieren vloeien samen in een brede stroom.
Onze onmiddellijke opgave bestaat er in :

  • de strijd tegen de Duitse herbewapening – ondanks de parlementaire bekrachtiging – voort te zetten;
  • ons volk te mobiliseren tegen de atoom- en waterstofbom ;
  • de machtige wereldvredesbijeenkomst van 22 Mei te Helsinki in ons land bekend te maken, opdat hare resoluties des te meer weerklank zouden vinden.

Praktisch betekent dit, dat wij aan al onze lezers dringend vragen :

  • lid te worden van de B.U.V.V.;
  • een paar vrienden of bekenden eveneens lid te maken van onze organisatie;
  • enige financiële steun in te zamelen voor onze propaganda;
  • kaarten voor de wereldvredesbijeenkomst van Helsinki in omloop te brengen.

Vrede maart 1955

NOG IS HET NIET ONHERROEPELIJK

March 2nd, 1955

NOG  IS  HET   NIET ONHERROEPELIJK
DE PARLEMENTEN BEKRACHTIGEN
Vrede maart 1955

De Italiaanse Senaat, de Duitse Bundsstag, de Duitse Bundesrat, de Franse Raad van de Republiek.de Belgische Senaat. De bekrachtiging der akkoorden van Parijs is een voldongen zaak en een feit is het eveneens dat zelfs in die landen, waar het verlet der bevolking zeer heftig was – Italië, Duitsland, Franrijk – dut verzet niet een overeenstemmende uitdrukking op parlementair vlak gekregen heeft.
De mandatarissen hebben niet geluisterd, noch naar hun geweten, noch naar de stem van het volk. Zij hebben geluisterd naar andere imperativen.

SENATOR ROLIN

Ook tijdens de debatten in de Belgische Senaat is dat herhaaldelijk gebleken.Sprekers van alle partijen hebben voorbehoud en angst uitgedrukt. Speciaal senator Rolin was duidelijk in dat opzicht:
“Ik behoor tot dezen die, nadat zij tegenstander waren van de E.D.G.,zich uitgesproken hebben ten gunste van de Parijse akkoorden. Bij nader overweging heb ik dat gunstige oordeel niet “kunnen handhaven…Onderhandelingen tussen Oost en West zijn noodzakelijk. Zelfs de Amerikanen erkennen dat. Maar dan moet er een mogelijkheid, een terrein van onderhandelingen aanwezig zijn. Mijn overtuiging is het, dat de Parijse akkoorden onderhandelingen onmogelijk maken. Of wij het willen of niet, besprekingen moeten de eenmaking van Duitsland voor doel hebben. Welnu de Parijse akkoorden betekenen de militaire integratie van West-Duitsland, zijn verbinding met het Westen.

Welke hoop kunnen wij in deze omstandigheden nog koesteren dat de U.S.S.R. haar bezettingstroepen uit Duitsland  zou terugtrekken? Het is niet ernstig allerlei verklaringen af te leggen over Oost-West-onderhandelingen, wanneer men West-Duitsland voor 50 jaar samensluit met het Westen… De akkoorden leiden naar de mislukking van de onderhandelingen en zij leiden uiteindelijk naar de afgrond. Ik meen dat zij een stap in de slechte richting zijn. Het logische gevolg van mijn houding zou een onthouding of een tegenstemming moeten zijn. Maar  Maar. ..hier beleven wij een eigenaardig avontuur in onze Senaat: dhr.Rolin en nog 23 andere socialistische mandatarissen laten een verklaring afleggen door Senator De Block, waaruit blijkt:

  1. dat deze senatoren wilden tegenstemmen of zich onthouden;
  2. dat zij zullen voorstemmen om – ten overstaan van de C.V.P. – de eenheid van de B.S.P.-groep te beklemtonen.

Senator:De Block meent, dat met de bekrachtiging der Parijse akkoorden Europa zich op een gevaarlijk pad begeeft en dhr. Doutrepont voegt er aan toe; “wij hebben allen gewetensbezwaren.”
WELKE IMPERATIEVEN ?

Deze dubbelzinnige houding wordt voorgesteld als het gevolg van zekere spanningen op het terrein van de binnenlandse politiek. Dat is maar gedeeltelijk waar. Een binnenlandse aangelegenheid – in dewelke wij als vredesbeweging trouwens geen stelling nemen – is het feit, dat de C.V.P. de huidige regeringscoalitie wil ten val brengen. Maar een kwestie van buitenlandse politiek is het, dat in de loop van het debat dhr. Struye minister Spaak heeft willen discrediteren in de ogen van Washington moest getoond worden, dat de B.S.P.-groep en bloc de akkoorden van Parijs goedkeurt.

Maar dat alles vermindert geenszins de verantwoordelijkheid van de senatoren. Onze mandatarissen zijn voldoende verwittigd geworden en al de bezwaren, die wij in onze geschriften lieten gelden, al de argumenten, die wij vooropstelden, blijven hun volle waarde behouden.
Met de bekrachtiging der akkoorden van Parijs werd bewustde weg naar onderhandelingen over het voornaamste Europese probleem geblokkeerd.

EEN NIEUW MANEUVER

Een nieuw maneuver werd sinds enkele weken ingezet. Sinds enige tijd inderdaad wordt er door de meest verantwoordelijke Westerse staatslieden enorm veel gepraat over een nieuwe conferentie van vier. Er is een antwoord van Boelganin geweest, dat bemoedigend leek. Besprekingen over een Oostenrijks staatsverdrag hebben plaats in Moskou. En nu wordt het voorgesteld alsof men grote verwachtingen zou mogen koesteren betreffende een nieuwe samenkomst met de Sovjet-regering. De verwachtingen worden kunstmatig opgeschroefd,om achteraf naïef verwonderd te kunnen doen, als de besprekingen mislukken.
Onderhandelingen, ja vruchtbare onderhandelingen zijn inderdaad mogelijk… over Oostenrijk,… over het probleemder ontwapening in ‘t algemeen, maar niet meer over Duitsland, tenzij op één voorwaarde, dat de uitvoering, de toepassing van de Parijse akkoorden verdaagd v/orde tot na de conferentie waarover men spreekt.

EEN LAATSTE KANS

De regeringen van het Westen wordt nog één kans geboden om de noodlottige weg, die zij ingeslagen hebben op het laatste nippertje te verlaten: door de toepassing der akkoorden uit te stellen. De volkeren hebben het woord.

Vrede maart 1955 INHOUD

March 1st, 1955

Vrede maart 1955

  • Hoe ver staan wij  ?
  • Nog is het niet  onherroepelijk
  • Ommekeer in Azië
  • Kentering in Amerika
  • SPR0KKELINGEN
  • De droom van Adenauer… en de wil van Duitsland
  • De schoonheden van het kolonialisme
  • H.M. Koningin Elisabeth in WaRSHAU
  • Mac Arthur tegen MacArthur

HOE VER STAAN WE NU?

March 1st, 1955

HOE VER STAAN WE NU?
Vrede maart 1955

De B.U.V.V. werd gesticht: in 1949- Haar doel was dubbel:

  1. zelf propaganda en acties voeren ten bate van de vrede;
  2. in de meest verscheidene middens stellingname ten voordele van de vrede uitlokken.

Als wij het geheel van de activiteit dier jaren overschouwen, dringen zich een aantal vaststellingen op.
Veel werd gepresteerd in verhouding tot onze beperkte mogelijkheden: o.a. millioenen propagandaschriften werden door ons over het land verspreid. Anderdeels is dat gepresteerd e zeer weinig in verhouding tot noodwendigheden.
Van in den beginne stonden wij als organisatie en beweging ver ten achter tegenover Frankrijk en Italië o In deze beginperiode was de vredesbeweging ook in de-andere buurlanden zeer zwak. Sindsdien heeft” zich de toestand gewijzigd: de . vredesbeweging is een formidabele macht in Duitsland geworden en ook in Engeland izo’n geweldige vooruitgang ook in , Nederland is er een belangrijke vooruitgang vast te stellen.

Zodat wij in ons land ten achter staan, ja erg ten achter staan in vergelijking met al de buurlanden. De vredesbeweging in België is de zwakste in West-Europa.
Het nuchter bekijken van deze toestand mag geen aanleiding tot ontmoediging worden. Integendeel. De omstandigheden, die de beweging de ganse wereld door in de hand werken en ook bij onze buren hun gunstige invloed laten gevoelen, gelden tevens voor ons land. Hun weerslag kan niet uitblijven.

Het enige besluit, dat zich opdringt, luidt daarom: alles in het werk stellen om onze achterstand in te halen.
Zijn de mogelijkheden voorhanden? Ongetwijfeld. Vooreerst is het duidelijk, dat de openbare opinie in ons land gunstig evolueert.

In ons vorig nummer spraken wij over dé opiniepeilingen door de INS0C gehouden betreffende de Duitse herbewapening.,. Sindsdien,_werden door hetzelfde instituut nieuwe peilingen ondernomen. Hieruit blijkt dat 62 % der geraadpleegde personen voorstander zijn van onderhandelingen met de Sovjet-Unie; 30 % zijn er tégen en 16 % hebben geen mening.
Betekent dit dat de twee derden der geraadpleegde personen sympathie hébben voor de Sovjet-Unie? Geenszin, vermits slechts 32 % geloven, dat de Sovjet-ünie werkelijk de vrede wil.Anderdeels geloven 38 % der geconsulteerde^dat de Verenigde Staten waarachtig de vrede willen (in 1?48 waren 65 % deze mening toegedaan).

Maar hoofdzaak is, dat de grote meerderheid van diegenen, die een mening uitspraken – nl. 15 % – de overtuiging hebben, dat er een middel bestaat om tot overeenstemming te komen en dat men alleszins de poging moet wagen.
Nu is de afstand groot – en hier leggen wij de vinger op de wonde – tussen het bestaan van een opinie en het feit dat ze zich krachtdadig uitdrukt tussen een passieve houding en een actief optreden; tussen een verlangen en een bewuste wil.

Daar ligt de taak van de vredesbeweging. Daar ligt de taak -”voor ieder van ons, want ieder van ons kan iets bijdragen. Uit kleine bronnen komen beken,beken verenigen zich tot rivieren en rivieren vloeien samen in een brede stroom.
Onze onmiddellijke opgave bestaat er in :

  • de strijd tegen de Duitse herbewapening – ondanks de parlementaire bekrachtiging – voort te zetten;
  • ons volk te mobiliseren tegen de atoom- en waterstofbom ;
  • de machtige wereldvredesbijeenkomst van 22 Mei te Helsinki in ons land bekend te maken, opdat hare resoluties des te meer weerklank zouden vinden.

Praktisch betekent dit, dat wij aan al onze lezers dringend vragen :

  • lid te worden van de B.U.V.V.;
  • een paar vrienden of bekenden eveneens lid te maken van onze organisatie;
  • enige financiële steun in te zamelen voor onze propaganda;
  • kaarten voor de wereldvredesbijeenkomst van Helsinki in omloop te brengen.