Waar Mexicaanse varkensgrieppandemie?

Toen de Wereldgezondheidsorganisatie (WGO) in de zomermaanden de alarmfase zonder duidelijke aanwijzingen plots verhoogde, verbaasde dit mij vooral. Ik had helemaal niet de indruk dat er ergens een epidemie heerste. Tenzij dan in de hoofden van de mensen. De monddoekjes en temperatuurcontroles aan de boarding gates van alle mogelijk verdachte vluchten werden al snel een vertrouwd zicht. De berichtgeving nam de voorbije maanden fenomenaal toe, net als de ongerustheid bij de mensen. Het leek me allemaal wat hysterisch en veel drukdoenerij voor een lokaal griepje.

Wat virussen zijn, en hoe ze kunnen muteren tot gevaarlijke en in sommige gevallen zelfs dodelijke ziektes, is geweten. De Spaanse griep zorgde voor tientallen miljoenen doden in de jaren 1918-’19, niet toevallig ook het einde van een erg zware periode, iets wat ongetwijfeld heeft meegespeeld in het hoge dodental. Regelmatig refererend naar deze dramatische epidemie, slaagde de WGO er – samen met overheden en griepwoordvoerders wereldwijd  – in de bevolking te mobiliseren voor hygiënemaatregelen en een vaccinatiecampagne. Vooral het vaccineren en de toegenomen populariteit van zaken als hygiënische handgels leveren een aantal bedrijven geen mis te verstane meerinkomsten op.

De voorbije maanden ging er geen dag voorbij of er werd wel uitgebreid bericht over de grieppandemie. De media-aandacht voor de ziekte, die wereldwijd het leven zou kosten aan honderdduizenden, misschien wel miljoenen mensen, was massaal. Media sprongen eigenlijk net iets te gretig op het onderwerp. Het leek haast een race om de scoop van de eerste nationale dode binnen te halen.  Velen sloegen – soms wel, elders dan weer niet op aanraden van de overheid – in grote getale ontsmettende gel in. Vieze dingen bleken opeens overal aan te kleven, winkelwagentjes, toestenborden en lichtschakelaars op kop. Men waste nu plots wel de handen na het toiletbezoek of een niesbui, gooide zijn papieren zakdoekjes nu wel keurig in de vuilnismand. Wist ik veel dat voorheen die snotdoeken blijkbaar op de tafel, in de broekzak of mouw terechtkwamen en bijna niemand zijn handen waste wanneer dat zou moeten. Wereldwijd werden een paar fundamentele lessen in hygiëne van onder het stof gehaald en in de kijker gezet. De teneur was ook meteen duidelijk: iedereen zou er vooral zelf voor moeten zorgen dat de pandemie beperkt zou blijven.

De onenigheid die er even bestond over de te gebruiken terminologie was vanuit communicatieoogpunt erg interessant. Zowel de term Varkensgriep als Mexicaanse griep kan immers een negatieve associatie oproepen: met ofwel de dieren (het vlees) ofwel het land. En negatieve reclame, voor volstrekt ongerelateerde zaken wilde men blijkbaar ten koste van alles vermijden. Het kon toch niet zijn dat men minder varkensvlees zou eten, of dat men in Mexico minder toeristen zou kunnen  verwelkomen enkel en alleen voor een griepje? Datzelfde epidemische, ultragevaarlijke griepje. Verschillende interessante theorieën staken in de voorbije periode de kop op, de een al geloofwaardiger dan de andere. Zo zou het virus ontstaan zijn in een laboratorium, op een varkensboerderij, het zou door een combinatie van eigenschappen (pig + bird + human) zelfs nog gevaarlijker zijn dan de Spaanse griep. Het is bijna de Man Bear Pig die de meesten wel kennen uit South Park. De verwarring nam door de vele theorieën alleen maar toe, en de angst ook. Berichtgeving over doden in alle landen ter wereld, de extra risico’s die aangehaald werden voor zwangere vrouwen, jonge kinderen en verzwakte oudere mensen zorgden voor een ongeziene massahysterie. Men sloot op plaatsen waar men het ergste verwachtte scholen, openbare gebouwen en bedrijven. Overal beperkte men het lichamelijke contact tussen mensen. Niemand voelde zich nog op zijn gemak: iedereen kon drager zijn, iedereen liep het risico op besmet worden.

De Griepcommissaris in ons land, Marc Van Ranst slaagde er evenwel in een bijzonder evenwicht te vinden in het debat over de risico’s en gepaste maatregelen. Hij werd hiervoor vandaag geprezen in De Standaard, terwijl Bart Somers zich boos maakte in De Morgen over een Nederlands onkundige vaccinerende dokter in Vlaanderen. Ik moet toegeven dat onze Griepcommissaris ook mij de indruk geeft van een redelijke mens te zijn die weet wat hij zegt. Maar dat is ook precies wat je moet kunnen in noodsituaties: kalm blijven, rationeel blijven, niet halsoverkop een heleboel dingen beginnen doen. Zo blijft het vaccineren in België gelukkig beperkt tot risicogroepen. Ik ken er enkele die zich aanmelden bij hun huisarts omdat ze hiertoe behoren. Het gaat bijvoorbeeld om mensen met chronische aandoeningen en hiermee samenhangende verzwakte immuniteit.  De overheid betaalt deze vaccinaties. Ze slaat hiervoor voldoende dosissen in. De verdeling ervan, die eerst via de provincies zou gebeuren (in het kader van een noodplan) wordt later toevertrouwd aan de apothekers. Dit geeft al aan dat de dringendheid blijkbaar snel afneemt, dat de noodsituatie op miraculeuze wijze minder acuut geworden is.

Ergens geloof ik niet helemaal in de noodzaak van dit vaccin tegen deze griep. Om verschillende redenen: virussen zijn zelden dodelijk voor hun gastheren, tenzij die onderliggende aandoeningen hebben. Virussen die op mensen leven, hebben mensen nodig als hun vehikel. Mensen dragen de genen van virussen in het rond en maken hun ontwikkeling en voortplanting en mutaties mogelijk. Zonder de mens is er geen menselijk virus: er is een vorm van symbiose met deze ogenschijnlijke parasiet. Natuurlijk zijn er ziektes die gevaarlijk zijn, en snel kunnen doden. Tegen sommige van ziektes zijn er wel vaccins ontwikkeld, denk maar aan tetanus, polio en pokken, die hun werkzaamheid en nut bewezen hebben. In slechts die uitzonderlijke gevallen kunnen de voordelen van vaccinatie opwegen tegen de nadelen. Met een wereldwijde vaccinatie is men er bijna in geslaagd pokken volledig uit te roeien. Griep is anders, en daarom moeilijker te vermijden met vaccinatie. Griep is een erg veranderlijk virus. Elke variant vereist (tot vandaag althans) een uniek eigen vaccin om enige immuniteit te genereren. Het vaccin is slechts een jaar werkzaam tegen die specifieke influenzavariant. Gelijk welke vaccinatie moet jaarlijks herhaald worden en biedt geen enkele bescherming tegen een nieuwe variant. De voordelen wegen niet op tegen de nadelen en eventuele bijwerkingen van een zo kort werkend vaccin. Niet voor mensen in een normale gezondheidstoestand en weerstand.

Virussen zijn ook organismen. Ze behoren tot de oudste en meest primitieve organismen die op aarde leven. Tegelijk zijn ze erg geavanceerd omdat ze snel evolueren, dankzij een razendsnelle sneldeling en ongeslachtelijke voortplanting. Het duurt met andere woorden maar heel even voor een bepaald virus zich opnieuw aan de omstandigheden aanpast. Dit zien we bijvoorbeeld bij het bestrijden van hiv duidelijk: enkel cocktails helpen en dat blijft niet duren. Het is ook vergelijkbaar met onze strijd tegen bacteriën en de daaruit resulterende toenemende resistentie tegen antibiotica. Dit is een strijd die we niet definitief willen proberen winnen. Dat komt met een kostprijs die we niet voldoende kennen. Een beter wapen tegen influenza is werken aan je algemene gezondheid, sporten, gezond eten en voldoende slapen en lichtblootstelling. Klinkt simpel, maar komen we er nog wel toe?

En dit hele Mexicaanse Varkensgrieppandemieverhaal zal binnenkort uitdoven, je voelt de informatiestroom gewoon stilvallen. Ondertussen ken ik niémand, echt niemand die deze griep heeft. De kaart met bevestigde doden (zie afbeelding) toont niet meer dan tiental doden wereldwijd, en zelfs deze gevallen zijn niet officieel geverifieerd als dé Griep. Bizar hoor. Ik denk dat het hele hoofdstuk van de Mexicaanse Varkensgriep gewoon een stille dood zal sterven. Er sterven altijd wel mensen aan een griep, vooral als hun weerstand verzwakt is en de aandoening is kunnen evolueren naar een longontsteking. Binnen enkele jaren vraagt iemand zich ongetwijfeld nog eens af waarvoor we die vaccins nu ook alweer hadden aangekocht…

This entry was posted in Taalvaardigheid. Bookmark the permalink.

Leave a Reply