Dictee Nederlands

Vandaag nam ik deel aan een examen voor secretarissen in de Kamer van Volksvertegenwoordigers. Er was veel volk naar het Paleis der Natie gekomen om als tweetalige een administratieve  job te bemachtigen in het federale parlement. Ik schat dat er minstens 300 sollicitanten waren… Werken voor de overheid zit duidelijk in de lift, al dan niet vanwege de crisis. Het invullen van jobs die er binnenkort – ongetwijfeld  in naam van de efficiëntie – moeten aan geloven, lijkt voorlopig geen probleem te vormen, althans niet op federaal niveau.

Het examen was niet eenvoudig. Het ging om een dictee en de correctie van een tekst, telkens zowel in het Frans als in het Nederlands. Het Nederlandse dictee zat vol slimme spellingsuitdagingen. Na een eenvoudige opzoeking op de titel, vond ik de voorgelezen tekst bij Deventer dictee. Hieronder volgt de integrale Nederlandse opdracht, met aanduiding van de opvallendste fouten die ik vermoedelijk maakte, met vele anderen…

Oefenen voor een volgend examen kan voortaan eenvoudig op Deventer Dictees.

Groeiende taal (Hans Reekers)

Het is geen sinecure middeleeuwse ridderepiek dan wel het werk van onze zeventiende-eeuwse renaissancisten goed te interpreteren, omdat we ternauwernood kunnen appelleren aan het hedendaags Nederlands. Hieruit blijkt dat veel oude woorden, stijlfiguren en expressies niet meer gepraktiseerd worden en derhalve een slijtage doormaken die niet gebagatelliseerd mag worden.

Desalniettemin maakt onze taal vandaag de dag bepaald geen minuscule groei door, die met name gelegen is in de welhaast dagelijkse introductie van nieuwe samenstellingen.

Onze neiging ideeën bondig te formuleren om redenen van efficiency heeft ertoe geleid dat onze taal heden ten dage aan een excessieve aanmaak van samenstellingen onderhevig is.

Doordat allerlei noviteiten ongebreideld op innovatieve wijze geëtiketteerd worden, gedijt onze taal, waarbij vermeld moet worden dat bij onze Engels- en Duitstalige buren alsmede onze zuiderburen een parallelle ontwikkeling optreedt.

Het lijdt geen twijfel dat het zich te buiten gaan aan een ongelimiteerde productie van allerhande samenstellingen leidt tot een diffuse schrijfstijl, althans onder Krethi en Plethi. Met name politici permitteren zich zonder gêne excentrieke, zo niet dubieuze constructies en Jan met de pet kan zich de nieuwe woorden niet fatsoenlijk eigen maken, doordat ze pijlsnel worden geïnitieerd; immers, zo’n nieuwe samenstelling wordt geventileerd tijdens een persconferentie, waarop de media er onverwijld kond van doen.

Anderzijds is de informatieoverdracht van samenstellingen soms zeer doeltreffend. Actuele woorden als mestbeleid, collectievelastendruk en hogesnelheidstrein bieden een massa informatie in een notendop. Naast parlementariërs zijn er velen die regelmatig samenstellingen creëren. Laatst had een NS-beleidsmedewerker het over overstapbewegingen. Uit de vervoerswereld zijn tevens samenstellingen als zonegrens en zwart- dan wel grijsrijden voortgekomen.

Een andere factor van belang in de aanwas van onze taal is de dynamische productie van abbreviaties. Ten slotte is er het absorptievermogen van onze taal, waardoor die wemelt van de leen- en bastaardwoorden. Onze taal breidt zich daardoor uit, maar een promiscue gebruik van leenwoorden en hun Nederlandse tegenhanger leidt veelvuldig tot gallicismen en anglicismen. De dicteetor kan zich dientengevolge te allen tijde vergenoegd in de handen wrijven.

This entry was posted in Taalvaardigheid. Bookmark the permalink.

Leave a Reply